De regenboog is heel verdrietig.

Hij heeft alleen maar een zwarte kleur.

Daarom gaat hij op zoek naar andere kleuren.

Hij gaat op stap.

Hij komt een appelsienenboom tegen, eet een appelsien en krijgt een oranje boog.

Dan komt hij bij een appelboom, eet een lekkere rode appel en krijgt er een rode boog bij.

Hij rust wat uit op het gras, eet er ook een beetje van en krijgt een groene boog.

’s Nachts eet hij een ster en een stukje van de maan en plots heeft hij ook een gele boog.

Hij komt bij een vijver en drinkt wat water. En ja…hij krijgt er nog een boog bij: een blauwe.

In het park ziet hij lekkere druiven, eet ervan en krijgt er ook nog een paarse boog bij.

Wat verder in het park spelen kinderen. Ze zien de regenboog en roepen “Ho, wat mooi”.

De regenboog hoort dit, begint te lachen en wordt heel blij.